Franchise afschaffen: durven we het aan?

“Het kabinet heeft bij de hervorming expliciet aandacht voor transparantie en beheersing en waar mogelijk de verlaging van de uitvoeringskosten.”

Dit meldt de Rijksoverheid op de website pagina Vernieuwing van het pensioenstelsel. We willen dus dat het nieuwe pensioenstelsel eenvoudiger wordt, want hoe eenvoudiger hoe transparanter, hoe beter beheersbaar en hoe goedkoper om uit te voeren.

Dé grote stap naar een eenvoudiger pensioenstelsel is het afschaffen van de franchise
De franchise wordt in de uitkeringsovereenkomst gebruikt om een bepaald ambitieniveau inclusief AOW te bereiken. In het nieuwe pensioenstelsel is het uitgangspunt: ‘een in te leggen pensioenpremie’ en niet meer ‘het te bereiken pensioen’ (alleen nog indirect door de keuze voor de hoogte van de premie). De hoogte van de in te leggen premie en het rendement bepalen de hoogte van het uit te keren variabele pensioen.

Meer eenvoud is te bereiken door te beginnen om de in te leggen premie een percentage van het salaris te laten zijn en niet meer een percentage van de pensioengrondslag. Het parttimepercentage is daarmee niet meer nodig en een grote angel van complexiteit uit het pensioenstelsel is eruit gehaald. Denk aan alle werknemers voor wie het salaris, de omvang van het aantal gewerkte uren, etc. maandelijks wisselt.

Maar wat te doen met de werknemer met twee of meer dienstverbanden, die in totaal meer dan het fiscaal maximale pensioengevend salaris verdient? Moet de salaristoets per dienstverband worden gedaan? De werknemer die het betreft zou dan volgens de huidige regels teveel pensioen opbouwen. Is dat het argument om aan de franchise vast te blijven houden? Hoeveel medewerkers in totaal betreft het eigenlijk? Of zullen we dit -eventuele individueel teveel opgebouwde pensioen-  voor lief nemen omdat afschaffen van de franchise een beter uitvoerbaar en uitlegbaar pensioenstelsel oplevert?

Zegt u het maar!

Ferm-in-pensioenen, specialisten in uitvoerbaarheid van pensioenregelingen