Nieuw pensioenstelsel moet vereenvoudiging bieden. Hoe en wanneer? – Deel III

Iedereen is het er wel over eens dat het goed is om pensioenregelingen eenvoudig te houden zodat de deelnemer het kan begrijpen. Wie is er nu aan zet? Wie moet nu actie ondernemen voor de daadwerkelijke vereenvoudiging van de pensioenregeling? Wat wordt de roadmap? In dit artikel -deel III- gaan we hier op in.

Transitie naar het nieuwe pensioenstelsel
In de door Minister Koolmees opgestelde Hoofdlijnennotitie over het nieuwe pensioenstelsel is te lezen dat de werkgever de verantwoordelijkheid heeft om een Transitieplan op te stellen. Onder werkgever wordt ook de sociale partner of de beroepspensioenvereniging verstaan. Uiteraard gebeurt het opstellen van het Transitieplan in samenwerking met de pensioenuitvoerder. De pensioenuitvoerder zal de uitvoering van de nieuwe pensioenregeling op zich nemen en ook de transitie ernaartoe.

Hoe de pensioenuitvoerder dit gaat doen, legt hij vast in het Implementatieplan.

Beide plannen worden ingediend bij DNB.

 

Wie wil(len) het maar wat graag simpel houden?
Wie heeft er nu belang bij dat het Transitieplan – en in het verlengde het Implementatieplan- zo eenvoudig mogelijk wordt gehouden?

  1. In de eerste plaats is dat de werkgever. Die wil met zo weinig mogelijk diversiteit aan regelingen te maken hebben. Diversiteit maakt de omzetting naar het nieuwe stelsel namelijk alleen maar lastiger. De werkgever heeft dan een complexer Transitieplan op te stellen. ‘Lastiger’ wil hier ook zeggen moeilijker om uit te leggen en kostbaarder om uit te voeren. Immers, als je voor de basisregeling én ook voor allerlei andere reeds lang bestaande overgangsregelingen een transitie moet regelen, zie je door de bomen het bos niet meer. De werkgever heeft er dus alle belang bij om tijdig in kaart te brengen waar de complexiteit zich bevindt om te elimineren voordat hij zijn Transitieplan moet maken. Een omvangrijk Transitieplan betekent immers ook een fors Implementatieplan waar de werkgever in feite ook (indirect) aan meebetaalt.
  2. In de tweede plaats is ook de pensioenuitvoerder erbij gebaat om de transitie eenvoudig te houden, want deze wordt in zijn opdrachtaanvaarding door het pensioenfonds betrokken. Kortom, hij wordt (in drukke tijden) belast met de uitvoering ervan. Liever dus niet ook nog eens complexe onderdelen in de pensioenregeling moeten omzetten naar het nieuwe stelsel.
  3. De derde belanghebbende, en in feite de belangrijkste, is natuurlijk de deelnemer. Die dreigt al af te haken zodra het nieuwe stelsel en de transitie ernaartoe uitgelegd wordt. Laat staan als dat ook nog moet gebeuren voor oude overgangsregelingen en voor nog bestaande exotische pensioensoorten. Dat zou toch heel jammer zijn, want in de kern is uit te leggen dat de pensioenregeling uit een persoonlijk pensioenkapitaal bestaat waaruit straks een jaarlijks te berekenen uitkering wordt verricht. Dus laten we die eenvoud ook echt gaan waarmaken! Het is aan de werkgever om samen met zijn adviseur dit stokje op te pakken.

Acties
Wat te doen? Een goede analyse maken van de huidige pensioenregeling(en) en in beeld brengen waar die vereenvoudigd kan worden, vóórdat de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel moet plaatsvinden.
Wanneer dit te doen? Wij denken vandaag, maar laten we realistisch zijn: morgen!

Roadmap van complexiteit naar vereenvoudiging
Bij Ferm-in-pensioenen kennen we de praktijk en weten we waar complexiteit in pensioenregelingen zit en hoe te komen tot vereenvoudiging. Met werkgever, sociale partners, beroepspensioenvereniging, of met uw pensioenuitvoerder stellen we een roadmap op om tijdig tot vereenvoudiging van de pensioenregeling te komen. Om te voorkomen dat u verzandt in complexe transities naar het nieuwe pensioenstelsel. Wij lichten de pensioenregeling voor u door en brengen in kaart waar vereenvoudiging kan leiden tot minder rompslomp bij de uitvoering van de regeling. Dit levert u straks een simpeler Transitieplan op.

Ferm-in-pensioenen, specialisten in uitvoerbaarheid van pensioenregelingen