Pensioenaanspraken na echtscheiding, vanaf 2021 is conversie de standaard?

Een scheiding waarbij beide ex-partners nog jarenlang financieel aan elkaar vast kunnen zitten, zal vanaf 2021 niet zo snel meer voorkomen. Het wetsvoorstel ‘verdeling van pensioen bij scheidingen 2021 (Wps 2021)’ ligt klaar voor behandeling.

Bij de verdeling gaat het om twee pensioensoorten: het partnerpensioen (PP) en het ouderdomspensioen (OP). Momenteel bepaalt de wet dat het totaal aan opgebouwd partnerpensioen tot de scheidingsdatum naar de ex-partner gaat onder de noemer Bijzonder Partner Pensioen (BPP). Een eventuele nieuwe partner krijgt hierdoor een fors lager partnerpensioen omdat het BPP eerst in mindering hierop wordt gebracht.

Huidig: Verevening
Bij de verdeling van het ouderdomspensioen wordt onder de huidige wet vooral verevening toegepast. Dat houdt in dat bij scheiding beide ex-partners recht krijgen op 50% van het -tijdens de officiële periode van partnerschap of huwelijk- opgebouwde ouderdomspensioen van de ander. Dit is de standaardverdeling, willen partijen het anders regelen dan wordt dat vastgelegd in het convenant.

""Als ex-partner heb je pas recht op het aan jou toebedeelde deel op het moment dat de andere ex-partner met pensioen gaat en voor zolang deze in leven is. Echter, zodra de ex-partner komt te overlijden, wordt de verevening als het ware teruggedraaid en ontvang je als deelnemer weer volledig het eigen ouderdomspensioen.

Deze methodiek maakt dat de ex-partner voor het pensioen afhankelijk blijft van de levensduur van de deelnemer. Na ingang van het pensioen heeft het overlijden van de ex-partner dus ook invloed op het inkomen van de deelnemer.

 

 

Scheiding zelf melden aan pensioenuitvoerder
Ex-partners zijn daarnaast ook nog verantwoordelijk om zelf de scheiding tijdig te melden bij de pensioenuitvoerders. Doen ze dat niet (binnen 2 jaar na scheiding), dan is de pensioenuitvoerder niet verplicht om aan de verevening mee te werken. En dan ontstaat de situatie dat de deelnemer zelf het verevende pensioen aan de ex-partner moet betalen. Al met al niet wenselijk.

Conversie als alternatief
Om deze afhankelijkheid te voorkomen, wordt nu soms al ‘conversie’ toegepast. Bij conversie worden het aandeel in het ouderdomspensioen en de waarde van het bijzonder partnerpensioen voor de ex-partner omgezet in één pensioenrecht voor de ex-partner. Bij conversie doet de deelnemer definitief afstand van de helft van het ouderdomspensioen.

Voordelen:
• Meer inzicht in wat de financiële situatie na pensionering wordt
• Niet meer afhankelijk van elkaars pensioendatum
• Het overlijden van een van beide ex-partners heeft geen invloed meer op de pensioenuitkering van de ander

Nieuw: Conversie als standaard
De nieuwe wet regelt dat vanaf 2021 het systeem van conversie als standaard gaat gelden. Hiermee wordt de levenslange afhankelijkheid tussen ex-partners op pensioengebied verbroken. De nieuwe wet is van toepassing op scheidingen vanaf de inwerkingtreding van het wetsvoorstel. Een 50/50-verdeling van het pensioen is standaard, maar de ex-partners kunnen er ook voor kiezen dom het pensioen niet te verdelen of andere afspraken over de verdeling te maken.
En niet onbelangrijk: de verdeling wordt voortaan automatisch opgestart omdat de pensioenuitvoerder(s) vanuit de Basisregistratie Personen (BRP) een melding krijgen.

Het effect op de pensioenuitvoering
Voor pensioenuitvoerders betekent deze wijziging dat zij na ontvangst van de echtscheidingsdatum de standaard conversie moeten toepassen, tenzij er binnen 6 maanden afwijkende afspraken door de ex-partners worden doorgegeven.Dus wat is het juiste moment voor de pensioenuitvoerder om alles vast te leggen en uit te voeren? Direct bij ontvangst van de echtscheidingsdatum of pas na een half jaar? In ieder geval zorgt de nieuwe wet voor aanpassing van de systemen en extra administratieve handelingen. Echter, welk moment van vastlegging van de scheiding is voor de pensioenuitvoereder het meest efficiënt? Uiteraard wil de deelnemer en de ex-partner zo snel mogelijk weten waar zij aan toe zijn, maar van een te grote verzwaring van de administratie hebben alle deelnemers last.

Zowel voor de conversie als de bijzondere partneraanspraken moeten de rechten voortaan tijdens de huwelijkse periode al berekend worden. Aangezien dit voor iedere echtscheiding geldt, moet dit geautomatiseerd kunnen worden. En als alle gegevens vastgelegd zijn, levert dit geen probleem op. Echter, wat te doen bij deelnemers die bijvoorbeeld van een ander fonds overgekomen zijn, een inkomende waardeoverdracht hebben gehad en/of waar de historie niet in het systeem zit? Worden dit dan handmatige berekeningen? De wijze van vastleggen van de historie varieert per fonds en dus zal de impact per fonds verschillend zijn.

Een mogelijke oplossing kan zijn dat bij aanvang van een huwelijk de pensioenaanspraken en/of kapitalen (premie-regeling) vastgelegd worden. Verhogingen, verlagingen of het rendement (bij premieregelingen), zijn ook afzonderlijk vast te leggen, zodat de pensioenaanspraken of kapitalen voor iedere persoon op ieder moment te bepalen zijn. Niet alle huwelijken eindigen in een echtscheiding, maar het aantal is substantieel genoeg voor een dergelijke drastische maatregel. Ook bij waardeoverdrachten (incidenteel en collectief ) zal de stand bij aanvang huwelijk altijd meegegeven moeten worden.
Kortom: voor de pensioenuitvoerder een flinke uitdaging erbij!

Wilt u eens sparren over dit onderwerp met een van onze consultants, voel u vrij ons een bericht te sturen of bel 085 – 273 23 01. Of volg ons op LinkedIn door onderstaande button te klikken.